Wereldwijde AI gebruikerspeiling laat zien waarom Google beeld en video wint
Benchmarkingplatform Artificial Analysis presenteert het rapport State of Generative Media 2025. Driehonderd makers en ontwikkelaars werden bevraagd over hun tools, voorkeuren en wat het oplevert. De uitkomst is opvallend: Google domineert in zowel beeld als video, terwijl bedrijven sneller rendement melden dan vaak wordt gedacht.
Wat makers vandaag echt gebruiken
Volgens het rapport gebruikt 74 procent van de respondenten Gemini voor beeldgeneratie. Bij video kiest 69 procent voor Veo. Dat is opvallend in een landschap waar OpenAI en Midjourney vaak het headlinespel winnen. De verklaring is nuchter: makers zoeken stabiele kwaliteit en consistente output over langere producties. Als een model dezelfde stijl betrouwbaar volhoudt en goed met referenties omgaat, weegt dat zwaarder dan losse spectaculaire voorbeelden.
Adoptie privé versus professioneel
Bij individuele makers is de integratie van beeldtools bijna mainstream: 89 procent zegt ze vast in de workflow te hebben. Video blijft achter op 58 procent, maar stijgt snel. Dat verschil is logisch. Video vraagt meer tijd, rekenkracht en projectdiscipline. Wie aan een kanaal of campagne werkt, wil niet alleen een gave clip, maar ook een versiebeheer dat bijsnijden, ondertitelen en herformatteren voor elk platform aankan.
Wat organisaties belangrijk vinden
Bedrijven kijken koeler naar het speelveld. Waar makers “kwaliteit” als belangrijkste criterium noemen, zet 57 procent van organisaties “kostenreductie” bovenaan. In de praktijk betekent dit dat platformkeuze steeds vaker via procurement loopt: uniforme licenties, vaste prijzen, duidelijke rechten. Daarbij telt ook hoe goed een tool in bestaande software landt, van DAM tot editsuites en CRM.
Levert het al iets op
De ROI cijfers in het rapport zijn minder somber dan veel bedrijfsenquêtes suggereren. 65 procent van de organisaties zegt binnen twaalf maanden rendement te zien; 34 procent rapporteert zelfs winst. Dat zijn geen megatransformaties, wel tastbare verbeteringen: kortere doorlooptijden, meer varianten voor A/B tests, lagere uitbestedingskosten en hergebruik van assets zonder opnieuw te filmen of te fotograferen.
De keerzijde die niet verdwijnt
Een sterke adoptie betekent niet dat alle zorgen weg zijn. Rechten en licenties vragen nog steeds om duidelijke contracten, zeker wanneer modellen op publieke datasets zijn getraind. Kwaliteit is oneerlijk verdeeld: goede promptvoorbeelden, stijlreferenties en kleurprofielen leveren buitenproportioneel betere uitkomsten op. En voor video blijft het risico bestaan dat een creatief team te vroeg automatiseert en later tijd verliest aan fixes in de montage.
Wat dit betekent voor de markt
Als Google in zowel beeld als video terrein wint, verschuift het zwaartepunt van losse modelkeuzes naar platformdenken. Makers willen één set tools die van storyboard tot distributie mee beweegt. Voor concurrenten is de les helder: wie kwaliteit belooft, moet ook consistentie, rechtenbeheer en een betaalbaar schaalpad leveren. Anders blijft de tool een experiment in plaats van een productielijn.
De peiling van Artificial Analysis is geen wereldwijde volkstelling, maar wel een nuttige instantfoto. De boodschap: generatieve media staat minder in het teken van hype en meer van bruikbaarheid. Waar beeld al routine wordt, kruipt video richting volwassenheid. Wie nu kiest op kwaliteit én kosten, en tegelijk rechten en processen netjes inricht, haalt de voordelen eruit zonder vast te lopen in correctierondes.